Hoe meet je het zoutgehalte in je koivijver?

Vijvercentrum - Waterkwaliteit
Geschreven en beoordeeld door Kees, vijver- en koispecialist van Vijvercentrum (bijgewerkt )
Waterkwaliteitsmeter bij een heldere koivijver.

Het zoutgehalte in je koivijver meet je het nauwkeurigst met een elektronische zoutmeter (salinity meter) of met een refractometer. Beide geven het gehalte in promille (gram zout per liter) of in procenten. Dompel de meter in een watermonster, lees de waarde af en vergelijk die met de dosering die je hebt toegevoegd. Een digitale zoutmeter is voor de meeste vijverbezitters het handigst. Hieronder lees je hoe je nauwkeurig meet en wat de waarden betekenen.

Waarom meet je het zoutgehalte in een koivijver?

Koihouders gebruiken soms zout als ondersteunend middel, bijvoorbeeld om de slijmlaag van vissen te ondersteunen of bij osmotische stress. Zout verdwijnt niet vanzelf uit het water: het blijft in de vijver tot je vers water toevoegt. Daarom wil je precies weten hoeveel er in zit.

Zonder meting werk je op de gok. Voeg je telkens zout toe zonder te meten, dan kan het gehalte ongemerkt oplopen. Een betrouwbare meting voorkomt dat je per ongeluk te hoog uitkomt. Voor de juiste dosering en behandeling bij zieke vissen verwijzen we je altijd naar een gespecialiseerde dierenarts of viseskundige.

Welke meter gebruik je voor het zoutgehalte?

Een digitale zoutmeter is het gebruiksvriendelijkst. Je zet hem aan, dompelt de sensor in een schoon watermonster en leest direct de waarde af in promille of in gram per liter. Veel meters compenseren automatisch voor de temperatuur, wat de meting nauwkeuriger maakt.

Een refractometer werkt optisch: je doet een paar druppels water op het glaasje en leest de waarde af door de schaal. Refractometers zijn nauwkeurig maar vragen wat oefening. Testtripjes voor zout bestaan ook, maar geven een grovere indicatie. Voor koi, waar de marge nauw luistert, kies je liever een digitale meter of refractometer.

Hoe meet je stap voor stap?

Neem een schoon watermonster op ongeveer 30 cm diepte, niet vlak bij de inlaat of de zoutdosering. Laat het monster eerst op kamertemperatuur komen als je meter geen automatische temperatuurcompensatie heeft.

Kalibreer de meter voor gebruik volgens de handleiding, meestal met gedemineraliseerd water of een ijkvloeistof. Dompel de sensor of breng de druppels aan, wacht tot de waarde stabiel is en lees af. Meet bij twijfel twee keer en spoel de sensor daarna af met schoon water. Zo houd je de meter betrouwbaar.

Wat betekenen de gemeten waarden?

Het zoutgehalte wordt uitgedrukt in promille (gram per liter). Een waarde van 1,0 promille betekent 1 gram zout per liter water. Reken altijd terug naar je vijvervolume: in een vijver van 10.000 liter staat 1,0 promille gelijk aan 10 kilo zout.

Welk gehalte passend is, hangt af van het doel en het advies van een specialist. Belangrijk is dat je weet wat er werkelijk in zit voordat je bijdoseert. Houd er rekening mee dat zout pas verdwijnt door waterverversing, niet door verdamping. Vul je bij met vers water, dan daalt het gehalte en moet je opnieuw meten.

Veelgemaakte fouten bij het meten

De meest gemaakte fout is meten zonder kalibreren. Een digitale zoutmeter loopt na verloop van tijd uit de pas en geeft dan een te hoge of te lage waarde. Kalibreer voor elke meetreeks met gedemineraliseerd water of een ijkvloeistof. Een tweede fout is meten vlak bij de plek waar je net zout hebt toegevoegd, want daar is de concentratie nog niet gemengd. Neem je monster op afstand van de dosering en op ongeveer 30 cm diepte.

Een derde valkuil is vergeten dat verdamping het zoutgehalte schijnbaar laat stijgen. Water verdampt, zout niet, dus na een warme periode lijkt het gehalte hoger. Vul je daarna bij met vers water, dan daalt het weer. Meet daarom opnieuw na elke bijvulling of warme week.

Promille en procenten naast elkaar

Zoutgehaltes worden door elkaar in promille en procenten genoemd, wat verwarring geeft. 1,0 promille is 1 gram per liter en gelijk aan 0,1 procent. 3,0 promille is dus 3 gram per liter, oftewel 0,3 procent. In een vijver van 10.000 liter staat 0,3 procent gelijk aan 30 kilo zout. Reken altijd terug naar je eigen vijvervolume voordat je bijdoseert, zodat je weet hoeveel kilo een meetwaarde werkelijk betekent.

Checklist zoutgehalte meten

  • Gebruik een digitale zoutmeter of refractometer voor koi.
  • Kalibreer de meter voor gebruik volgens de handleiding.
  • Neem een schoon monster op 30 cm diepte, niet bij de inlaat.
  • Laat het op temperatuur komen als er geen automatische compensatie is.
  • Lees af in promille en reken terug naar je vijvervolume.
  • Meet opnieuw na elke waterverversing.

Wat heb je nodig om dit goed te doen?

Een betrouwbare meter is de basis; zoutmeters en andere testmiddelen vind je in onze water testen en meten. Houd daarnaast je overige waterwaarden in balans met goede vijverbacterien voor een stabiel filter.

Twijfel je over de juiste dosering of het meten in jouw situatie? Mail je vraag naar kees@vijvercentrum.nl, dan helpen we je op weg. Voor gezondheidsklachten bij je koi schakel je een gespecialiseerde dierenarts of viseskundige in.

Veelgestelde vragen

Verdwijnt zout vanzelf uit mijn vijver? Nee, zout verdampt niet en verdwijnt alleen door het water te verversen. Het gehalte blijft stabiel tot je vers water toevoegt.

Is een goedkope zouttest nauwkeurig genoeg? Teststrips geven een grove indicatie. Voor koi, waar de marge nauw luistert, kies je liever een digitale meter of refractometer.

Hoe vaak moet ik het zoutgehalte meten? Meet voor en na elke zoutdosering en na elke waterverversing. Zo weet je altijd hoeveel zout er werkelijk in het water zit.

Ken jij je vijver al?

Maak gratis je Vijverprofiel en ontvang €2,50 winkeltegoed + persoonlijk advies afgestemd op jouw vijver.

Maak je profiel