De Complete Voedingswaarde Tabel: Eiwit, Vet en Vezels per Seizoen
De voedingswaarde tabel op een zak koivoer zegt meer dan je denkt. Eiwit, vet en vezels per seizoen afgestemd op de watertemperatuur - dat is het verschil tussen koi die groeien en bloeien en koi die het net overleven. Toch zien we regelmatig dat vijverbezitters het hele jaar hetzelfde voer gebruiken. Dat is een gemiste kans, en soms zelfs schadelijk. In dit artikel zetten we de cijfers op een rij: welk eiwitgehalte, vetpercentage en vezelgehalte hoort bij welk seizoen, en waarom.
Waarom de voedingssamenstelling per seizoen verschilt
Koi zijn koudbloedige dieren. Hun spijsvertering werkt sneller of langzamer afhankelijk van de watertemperatuur. Bij 22 graden verteert een koi zijn voer in enkele uren. Bij 10 graden kan hetzelfde voer twee dagen in de darmen blijven. Onverteerd voer in de darmen is geen onschuldig probleem: het veroorzaakt leverbelasting, ammoniakpieken in het water en verhoogde vatbaarheid voor infecties.
Dat betekent dat het koivoer in onze webshop dat je in juli geeft, fundamenteel anders van samenstelling moet zijn dan het voer dat je in oktober geeft. Niet een beetje anders, maar structureel: andere eiwitpercentages, ander vetgehalte, andere verteerbaarheid. De voedingswaarde tabel op het etiket is je kompas.
De drie getallen die echt tellen
Op elk zakje koivoer staan de analytische bestanddelen vermeld. Wettelijk verplicht. Je ziet ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof en ruwe as. Drie van die vier bepalen het seizoensprofiel van een voer.
Ruw eiwit is de bouwstof voor groei, spierherstel en het immuunsysteem. Hogere percentages zijn geschikt voor warme maanden, lagere percentages voor de overgang en winter. De eiwitbron telt ook: vismeel en krill leveren complete aminozuurprofielen, soja-eiwit is goedkoper maar minder volledig.
Ruw vet levert geconcentreerde energie en bevat essentiële omega-3 en omega-6 vetzuren voor kleurontwikkeling en celwanden. In de herfst is een hoger vetgehalte nuttig: koi bouwen vetreserves op voor de winter. Let op: boven 8 procent vet loop je risico op vetophoping rond de organen.
Ruwe celstof (vezels) ondersteunt de darmwerking. Te weinig geeft verstopping, te veel verlaagt de opname van andere voedingsstoffen. Een vezelgehalte tussen 2 en 6 procent is normaal. Hoger dan 6 procent wijst vaak op goedkope vullers.
Voedingswaarden per seizoen
Lente: watertemperatuur 10 tot 15 graden
Na de winterrust start de spijsvertering langzaam opnieuw. De lever heeft rust nodig, de darmen zijn nog niet actief. Begin pas met voeren wanneer de watertemperatuur stabiel boven de 10 graden blijft. Start met een licht verteerbaar voer zoals wheatgerm (tarwekiemvoer).
- Eiwit: 28-32%
- Vet: 5-6%
- Vezels: 3-5%
- Frequentie: 1 keer per dag, kleine portie
In onze ervaring werkt het goed om de eerste twee weken erg weinig te geven. Geef een kleine hand en kijk of alles binnen vijf minuten op is. Pas bij temperaturen boven de 15 graden schakel je over op voer met een hoger eiwitgehalte.
Zomer: watertemperatuur boven 20 graden
Dit is het groeiseizoen. Dan pak je groei- en kleurvoer in 3 millimeter. De stofwisseling draait op volle kracht, koi verteren snel en hebben veel energie nodig. Nu profiteren ze pas echt van eiwitrijke voeding. Groeivoer met hoge eiwitpercentages is hier op zijn plaats, en combineren met een kleurvoer dat spirulina of astaxanthine bevat versterkt de rode en oranje tinten zichtbaar.
- Eiwit: 35-45%
- Vet: 5-6%
- Vezels: 3-5%
- Frequentie: 2-3 keer per dag
De vuistregel voor de portiegrootte: 1 tot 1,5 procent van het lichaamsgewicht per dag. Een koi van 50 cm weegt ongeveer 2 kilo en eet dus 20 tot 30 gram per dag. Jonge koi richting 1,5 procent, volwassen koi richting 1 procent. Ons complete aanbod koivoer en siervisvoer bevat goede opties voor elk groeiprofiel.
Onze huisrichtlijn: het juiste percentage hangt van twee dingen af, de watertemperatuur en de grootte van je vissen. Boven 20 graden houden wij 1,5 tot 2 procent per dag aan voor volwassen koi boven 500 gram en 2,5 tot 3 procent voor jonge koi tot 250 gram. Tussen 18 en 20 graden 1 tot 1,5 procent, tussen 15 en 18 graden ongeveer 1 procent, tussen 8 en 15 graden maximaal 0,5 procent tarwekiemvoer, en onder 8 graden voer je niet. Wij kiezen bewust de onderkant van het wetenschappelijke bereik: je filtercapaciteit bepaalt de bovengrens, niet de eetlust van je vis.
Herfst: watertemperatuur 10 tot 15 graden
De herfst is voorbereiding. Vanaf dan schakel je over op najaarsvoer met een lager eiwitgehalte. Koi moeten vetreserves opbouwen die ze gedurende de winter verbranden. Schakel over op een seizoensvoer met lager eiwit en hoger vet. Wheatgerm is ook in de herfst uitstekend: licht verteerbaar en voldoende vet voor energieopslag.
- Eiwit: 28-35%
- Vet: 6-8%
- Vezels: 2-4%
- Frequentie: 1 keer per dag, afbouwend
Wat we vaak zien bij klanten is dat ze te lang doorvoeren met zomervoer. Eiwitrijke voeding van 40 procent of meer is te zwaar voor de herfst. De vertering vertraagt, maar het voer is nog even zwaar. Het gevolg is leverbelasting en ammoniakpieken in het water. Onder de 12 graden voer je nog maar een kleine portie per dag.
Winter: watertemperatuur onder 10 graden
Onder de 10 graden vertraagt de spijsvertering zo sterk dat regulier voer niet meer goed verwerkt wordt. Bij die temperatuur eet een koi nauwelijks nog, en wat er niet wordt opgegeten belast het water. Dat is de reden om te stoppen: voeren levert de vis dan niets meer op en belast je filter. Eerlijk advies: stop volledig met voeren onder de 8 graden. Koi leven in de winter van hun opgebouwde reserves en hebben dat niet nodig.
Onze huisrichtlijn: stop met voeren zodra de watertemperatuur drie dagen achter elkaar onder de 8 graden blijft. Meet in het water, op de diepte waar je vissen hangen, en niet de luchttemperatuur. Bouw geleidelijk af: vanaf 15 graden geef je minder en stap je over op licht verteerbaar tarwekiemvoer, tussen 8 en 12 graden geef je nog hooguit twee tot drie keer per week een kleine portie. Overschakelen op tarwekiemvoer en stoppen met voeren zijn twee aparte stappen. Jonge koi onder ongeveer 250 gram en zieke of net behandelde vis wijken hiervan af: bouw bij jonge vis later af en voer een zieke vis op wat hij daadwerkelijk opneemt.
- Eiwit: onder 26% (als je toch voert)
- Vet: 5-7%
- Vezels: 4-6%
- Frequentie: maximaal 1 keer per 2-3 dagen, of stoppen
Denk aan zinkend wintervoer in een zak van 3 kilo. Tussen 8 en 10 graden kun je eventueel een speciaal wintervoer geven in een zeer kleine hoeveelheid. Maar in de meeste gevallen is helemaal niet voeren de betere keuze voor de gezondheid van je koi.
Het etiket goed lezen
Let bij het vergelijken van voermerken op vier punten. Eerste: past het eiwitpercentage bij het seizoen? Zomer hoger, winter lager. Tweede: blijft het vetgehalte tussen 5 en 8 procent? Hoger is zelden nodig. Derde: wat is de ruwe celstof? Veel hoger dan 6 procent wijst op goedkope vullers. Vierde: wat is het asgehalte? Onder de 10 procent is goed - hoog asgehalte betekent veel onverteerbare mineralen.
Kijk ook naar de eerste drie ingredienten in de ingredientenlijst - die maken het grootste deel van het voer uit. Vismeel, krill of garnalenmeel als eerste ingredienten wijzen op hoogwaardige eiwitbronnen. Visolie is een goede vetbron. Tarwekiemen leveren natuurlijke vitaminen en zijn licht verteerbaar. Tarwebloem, maiszetmeel of sojameel als eerste ingredienten zijn signalen voor goedkopere vullers met weinig voedingswaarde voor koi.
Waterkwaliteit en voeding zijn onlosmakelijk verbonden
Elk gram voer dat je koi niet verteren wordt afval in het water. Dat afval breekt af tot ammoniak en nitriet - beide giftig voor koi. In onze praktijkervaring is 80 procent van de waterproblemen direct of indirect terug te voeren op verkeerd of te veel voeren.
Houd de vijf-minutenregel aan: geef nooit meer dan je koi binnen vijf minuten opeten. Verwijder resten met een schepnet. Test wekelijks je waterwaardes, zeker in het voorjaar. Zorg voor een KH-waarde van minimaal 5 dH als buffer bij eiwitafbraak. Een goede vijverfilter met voldoende biologische capaciteit is bij eiwitrijk zomervoer geen luxe maar een noodzaak.
Meet de watertemperatuur altijd op de bodem van de vijver, niet aan het oppervlak. Op een zonnige dag kan het oppervlaktewater flink warmer zijn dan het water op diepte, waar je koi het meeste verblijven. De bodemtemperatuur bepaalt wat je koi echt kunnen verteren.
Seizoensmatig voeren klinkt misschien als extra werk, maar het geeft meetbaar resultaat: betere groei in de zomer, sterker immuunsysteem, mooiere kleuren en een stabielere waterkwaliteit het hele jaar door. Bekijk ons assortiment koivoer per seizoen en kies het voer dat past bij de huidige watertemperatuur in jouw vijver.