voeding voer

Hoeveel Voer Heeft een Koi Nodig? De 2-Minutenregel Uitgelegd

Vijvercentrum - Voeding & Voer
Hoeveel Voer Heeft een Koi Nodig? De 2-Minutenregel Uitgelegd

De 2-minutenregel: de slimste manier om koivoer te doseren

Hoeveel koivoer je koi nodig hebben, is een van de vragen die we het vaakst krijgen. Het antwoord hangt af van watertemperatuur, het gewicht van je vissen en het seizoen. De 2-minutenregel geeft je elke voerbeurt direct een betrouwbare controle: geef alleen zoveel voer als je koi binnen twee minuten volledig opeten. Blijft er na twee minuten voer drijven? Dan was het te veel. Is alles binnen een minuut op? Dan mag de volgende portie iets groter.

Die twee minuten zijn geen willekeurig getal. Onopgegeten voer zinkt naar de bodem, gaat rotten en verhoogt de ammoniakconcentratie in je vijver. Ammoniakpieken zijn een van de meest voorkomende oorzaken van gezondheidsproblemen bij koi - en ze zijn vrijwel altijd te voorkomen met de juiste voerdosering.

Het gewicht als uitgangspunt: de 2%-regel

Naast de 2-minutenregel gebruik je het lichaamsgewicht van je koi als basis. Bij een watertemperatuur boven 18 graden Celsius is de standaard hoeveelheid koivoer en visvoer 2% van het totale visgewicht per dag, verdeeld over meerdere voerbeurten.

Voorbeeld: heb je 40 kilo aan koi in je vijver, dan geef je dagelijks 800 gram voer. Dat lijkt misschien veel, maar een koi van 60 centimeter weegt al 3 tot 4 kilo. Tien volwassen vissen tikken al snel 30 tot 40 kilo aan.

Gewicht schatten zonder weegschaal

Koi uit het water halen om te wegen doe je bij voorkeur zo min mogelijk. Schat het gewicht per vis op basis van lengte:

  • 30 cm: circa 500 gram
  • 45 cm: circa 1,5 kilo
  • 60 cm: circa 3,5 kilo
  • 75 cm: circa 6 kilo

Tel de geschatte gewichten bij elkaar op en bereken 2% van dat totaal. Praktische tip: gebruik een maatbeker met een stiftmarkering voor de dagportie. Dan hoef je niet elke dag opnieuw te wegen en blijven de porties consistent.

Watertemperatuur bepaalt hoeveel en wat je voert

Koi zijn koudbloedige dieren. Hun stofwisseling staat in directe verbinding met de watertemperatuur. Hoe warmer het water, hoe meer energie ze verbruiken en hoe meer voer ze kunnen verwerken. Bij koude temperaturen vertraagt de spijsvertering drastisch - tot het punt waarop voer meer kwaad doet dan goed.

Dit is het voerschema op basis van watertemperatuur:

  • Onder 8 graden: niet voeren. De spijsvertering staat vrijwel stil. Voer dat in de maag blijft liggen kan gaan fermenteren en intern infecties veroorzaken. Koi leven in deze periode van hun vetreserves.
  • 8 tot 12 graden: uitsluitend tarwekiemvoer, maximaal een kleine portie per dag. Tarwekiemvoer heeft een laag eiwitgehalte en is bij lage temperaturen makkelijker te verteren.
  • 12 tot 18 graden: geleidelijk opbouwen naar regulier voer. Start met een voerbeurt per dag en bouw op naar twee. Wissel tarwekiemvoer af met seizoensvoer.
  • 18 tot 23 graden: standaard voeding, 2% van het lichaamsgewicht per dag, verdeeld over twee tot vier voerbeurten.
  • Boven 23 graden: de stofwisseling draait op volle toeren, je kunt opschalen naar 3% per dag. Let extra op het zuurstofgehalte: warm water bevat minder opgeloste zuurstof. Goede beluchting is dan geen luxe.

Voerfrequentie: meerdere kleine porties werken beter

Verdeel de dagelijkse hoeveelheid over meerdere momenten. Koi hebben een relatief kort spijsverteringskanaal. Kleine porties worden volledigër verteerd, produceren minder afvalstoffen en belastèn het filter gelijkmatiger over de dag.

Bij temperaturen boven 18 graden adviseren we twee tot vier voermomenten per dag. Voer de eerste portie 's ochtends tussen 9 en 10 uur en de laatste portie twee uur voor zonsondergang. Koi hebben zuurstof nodig voor de spijsvertering, en het zuurstofgehalte in het water daalt 's nachts. Een volle maag in zuurstofarm water is geen goed idee.

Vaste voertijden hebben nog een ander voordeel: koi leren snel wanneer het eten komt. Ze verzamelen zich op een vast moment aan de oppervlakte, wat het een stuk eenvoudiger maakt om ze te inspecteren op verwondingen of ziektes.

Seizoensgebonden voerschema

Voorjaar: langzaam opbouwen

Na de winter zijn koi actief en hongerig - en dat is precies waarom het voorjaar de gevaarlijkste periode is voor overvoeren. De bacteriekolonies in je vijverfilter zijn na de winter nog niet op volle sterkte. Geef je nu ineens grote hoeveelheden voer, dan produceert de vijver meer ammoniak dan het filter kan verwerken.

Wat we bij klanten regelmatig zien: koi die in april vlak na het eerste flinke voeren ziek worden, terwijl ze de winter prima hebben overleefd. De oorzaak is bijna altijd een combinatie van een nog zwakke biofilter en te snel opgebouwde voerbelasting.

Begin zodra de watertemperatuur stabiel boven 10 graden uitkomt met een kleine portie tarwekiemvoer per dag. Meet elke paar dagen je ammoniakwaarden. Pas als ammoniak (NH3) niet meetbaar is, verhoog je de portie een klein beetje. Dit opbouwproces duurt weken, geen dagen.

Zomer: de groeiperiode

Tussen 20 en 25 graden groeien koi het hardst. Dit is de periode om volop te voeren: 2 tot 3% van het lichaamsgewicht, verdeeld over drie tot vier voerbeurten per dag. Wissel regulier groeivoer af met kleurvoer dat spirulina of astaxanthine bevat. Dit versterkt de rode en oranje kleurtekening, zichtbaar al na een paar weken.

Meer voer betekent meer uitwerpselen en een hogere ammoniakproductie. Zorg dat je filter deze belasting aankan en meet wekelijks ammoniak (NH3), nitriet (NO2) en nitraat (NO3). Zijn de waarden te hoog, verlaag dan tijdelijk de voerhoeveelheid en doe een gedeeltelijke waterwissel.

Herfst: afbouwen richting stilstand

Zodra de watertemperatuur in september of oktober onder de 18 graden zakt, begin je met afbouwen. Verminder het aantal voerbeurten van vier naar twee en schakel over op tarwekiemvoer. Onder de 12 graden geef je nog maximaal een kleine portie per dag. Onder de 8 graden stop je volledig.

Het precieze moment verschilt per vijver. Een ondiepe vijver koelt sneller af dan een diepe. Gebruik altijd een vijverthermometer en baseer je beslissing op de werkelijke watertemperatuur, niet op de buitentemperatuur of de datum.

Winter: rust, geen voer

In de winter eten koi niet. Ze zakken naar de diepste plek van de vijver en verlagen hun stofwisseling tot een minimum. Laat ze met rust, geen voer en geen onnodige activiteit rond de vijver.

Heb je een verwarmde vijver die in de winter op 14 tot 15 graden blijft, dan kun je het hele jaar door voeren. Gebruik in dat geval om de zes tot acht weken een periode tarwekiemvoer. Dit helpt overtollige vetreserves te verbranden en houdt de spijsvertering gezond.

Jonge koi voeren: andere regels

Jonge koi (tosai, onder de twee jaar) groeien explosief en hebben een hogere voerbehoefte dan volwassen exemplaren - soms tot vijf keer zoveel in verhouding tot hun gewicht. Voer ze vaker: vier tot zes kleine porties per dag met eiwitrijk groeivoer.

De korrelgrootte moet passen bij de grootte van de vis. Baby-koi eten korrels van 0,3 tot 1 mm. Koi van 15 tot 25 cm eten korrels van 3 tot 4 mm. Volwassen koi van 40 cm en groter kunnen korrels van 6 tot 8 mm aan.

Vijf fouten die je wilt vermijden

Te veel voer tegelijk geven is de meest gemaakte fout. Onopgegeten voer op de bodem produceert ammoniak en kan binnen 24 uur kieuwschade veroorzaken. Verwijder drijvend voer dat na twee minuten nog over is met een schepnet.

Voeren onder 8 graden doet meer kwaad dan goed. Voer blijft te lang in het spijsverteringskanaal zitten en kan gaan fermenteren. Inwendige bacteriele infecties zijn het gevolg, en die zijn moeilijk te behandelen.

Voeren vlak voor onweer is een minder bekende fout. Bij dalende luchtdruk neemt het zuurstofgehalte in het water af. Koi hebben juist extra zuurstof nodig voor de vertering. Controleer bij twijfel eerst of je pomp en beluchting naar behoren werken.

Geen waterkwaliteit meten terwijl je voert, is als rijden zonder dashboard. Meet minimaal wekelijks ammoniak, nitriet en nitraat - in het voorjaar liefst twee keer per week. Waterverbeteraars kunnen helpen om de waterkwaliteit stabiel te houden bij hoge voerbelasting.

Vochtig of verlopen voer gebruiken levert minder voedingswaarde op en kan schimmels bevatten. Bewaar koivoer altijd in een luchtdichte container op een koele, droge plek en gooi aangebroken zakken na drie maanden weg.

Praktisch: zo houd je het voerschema bij

Koi wennen snel aan vaste voertijden en komen dan betrouwbaar naar de oppervlakte. Dat maakt het eenvoudig om ze dagelijks te bekijken op afwijkend gedrag, verwondingen of kieuwproblemen. Een vis die niet mee-eet of voer uitspugt, is een signaal dat je serieus neemt.

Ga je op vakantie? Gebruik een automatische voederautomaat. Die is betrouwbaarder dan een buurman of familielid - want die geven bijna altijd te veel. Stel de automaat in op de hoeveelheid die je normaal per voerbeurt geeft en test hem een week voor vertrek.

De kern blijft simpel: meet de watertemperatuur, schat het visgewicht en pas de dagelijkse hoeveelheid koivoer in onze webshop aan per seizoen. Gebruik de 2-minutenregel als dagelijkse controle. Met een consequent voerschema, goede filtercapaciteit en regelmatige watermetingen leg je de basis voor gezonde, goed gekleurde koi die jaar na jaar groeien.

Ken jij je vijver al?

Maak gratis je Vijverprofiel en ontvang €2,50 winkeltegoed + persoonlijk advies afgestemd op jouw vijver.

Maak je profiel