Aquariumfilter kiezen: binnenfilter, buitenfilter of hangfilter?
Van alle apparaten in een aquarium is het filter het enige dat je niet kunt overslaan. Verlichting bepaalt hoe je bak eruitziet, een verwarming bepaalt welke vissen je kunt houden, maar het filter bepaalt of je vissen leven. In dit artikel zetten wij de drie filtertypen naast elkaar, leggen wij uit hoe je op capaciteit kiest, en beschrijven wij wat er in welke volgorde in moet.
Wat een aquariumfilter eigenlijk doet
De meeste mensen denken bij filteren aan vuil afvangen. Dat is het kleinste deel van het werk. Een aquariumfilter doet drie dingen tegelijk.
Vaker vijveradvies van ons zien in Google?
Stel Vijvercentrum in als voorkeursbron. Google markeert onze artikelen dan in de zoekresultaten en in AI-antwoorden wanneer jij iets over vijvers of koi zoekt. Je kunt het altijd weer uitzetten.
Mechanisch. Zwevend vuil, uitwerpselen en voerresten worden opgevangen in sponzen en watten. Dat houdt het water optisch helder.
Biologisch. Dit is waar het om draait. In het filtermateriaal leven bacterien die ammonium en nitriet omzetten in het veel minder giftige nitraat. Ammonium en nitriet komen vrij uit uitwerpselen en uit voer dat blijft liggen, en zijn in kleine hoeveelheden al schadelijk voor vissen. Zonder een gevestigde bacteriekolonie is een aquarium onbewoonbaar, hoe helder het water er ook uitziet.
Chemisch. Optioneel en tijdelijk: actieve kool haalt kleur, geur en medicijnresten uit het water, turf verzacht het water. Deze materialen zijn na enkele weken uitgewerkt.
Onthoud vooral het tweede punt, want het verklaart de belangrijkste onderhoudsregel verderop: filtermateriaal is levend materiaal en dat gooi je niet zomaar weg.
De drie filtertypen naast elkaar
Binnenfilter
Een compact filter dat met zuignappen in de bak hangt, meestal in een achterhoek. De pomp zit in het filter zelf en het water stroomt door een sponspatroon.
Geschikt voor aquaria tot ongeveer honderd liter, voor een tweede bak, een quarantainebak of een opkweekbak. Voordelen: goedkoop in aanschaf, geen slangen, in een handomdraai eruit voor onderhoud. Nadelen: hij staat zichtbaar in je bak en het filtervolume is beperkt, dus je moet vaker onderhouden.
Buitenfilter
Een gesloten bus die onder de bak in de kast staat, verbonden met twee slangen. Het water loopt er via hevelwerking in en wordt door de pompkop weer omhoog geduwd.
Geschikt vanaf ongeveer honderd liter en de standaard voor iedereen die serieus met een aquarium bezig is. Voordelen: veel meer filtervolume, dus meer biologische capaciteit en langere intervallen tussen onderhoudsbeurten; je bepaalt zelf welk medium in welke korf komt; hij is onzichtbaar. Nadelen: hogere aanschafprijs, ruimte nodig onder de bak, en slangwerk dat je goed moet aansluiten.
Hangfilter
Hangt aan de achterrand van de bak en laat het water als een gordijntje terugvallen. Populair bij kleinere bakken en bij garnalenaquaria.
Voordeel: neemt geen ruimte in de bak in en geeft veel oppervlaktebeweging. Nadeel: de terugval maakt geluid, en bij een bak met een afdekking past hij niet altijd.
Bekijk het volledige aanbod bij aquariumfilters en pompen.
Welke capaciteit heb je nodig?
Fabrikanten geven twee getallen op: de doorstroming in liter per uur en het aquariumvolume waarvoor het filter is gerekend. Gebruik ze allebei, maar houd je aan deze vuistregels.
Reken op vier tot zes keer de bakinhoud per uur. Een aquarium van honderd liter vraagt dus een filter dat vierhonderd tot zeshonderd liter per uur verplaatst. Bij een zwaar bezette bak of bij grotere vissen ga je richting de bovenkant, bij een rustig beplant aquarium met kleine vissen mag het lager.
Het opgegeven volume is een maximum, geen advies. Een filter dat "tot honderdvijftig liter" heet, presteert in een bak van honderd liter beter dan in een bak van honderdveertig. Kies liever een maat ruimer, want een filter dat met marge draait vervuilt langzamer en houdt zijn doorstroming langer op peil.
De opgegeven doorstroming haal je nooit helemaal. Slangen, bochten en een filter dat na een paar weken deels dichtzit kosten allemaal opbrengst. Reken daarom met ongeveer tachtig procent van wat er op de doos staat.
Let op de stroming zelf. Vissen uit stilstaand water, zoals labyrintvissen en bettas, houden niet van een sterke stroming. Kun je de uitstroom niet regelen, richt hem dan tegen de achterwand of het wateroppervlak zodat de kracht breekt.
Wat gaat er in het filter, en in welke volgorde?
Bij een buitenfilter met losse korven bepaal je dat zelf. Het water stroomt van beneden naar boven en dat is precies de volgorde die je aanhoudt.
- Onderin grof mechanisch materiaal: een grove spons of filterwatten. Die vangen het zichtbare vuil af.
- Daarboven fijner mechanisch: een fijne spons of vlies dat de kleinere deeltjes eruit haalt.
- Bovenin biologisch medium: keramische ringen, gesinterd glas of biologische korrels. Hier woont je bacteriekolonie en dit deel laat je met rust.
Zet je het biologische medium vooraan, dan vangt het slib op in plaats van bacterien te huisvesten en verlies je precies waarvoor je het kocht. Actieve kool is een tussendoortje: die zet je er tijdelijk in na een kuur of om verkleuring weg te halen, en haal je er na enkele weken weer uit. Onze aquariumfiltermaterialen staan bij elkaar, per soort gesorteerd.
De belangrijkste onderhoudsregel
Vervang nooit al je filtermateriaal tegelijk, en spoel het nooit onder de kraan. In dat materiaal zit je hele bacteriekolonie. Leidingwater bevat chloor, en dat doodt die bacterien binnen enkele seconden.
Doe het zo: vang tijdens een waterwissel een emmer aquariumwater op, knijp de sponzen daarin uit tot het grofste vuil eruit is, en zet ze terug. Filterwatten zijn een verbruiksartikel en die vervang je wel, maar dan een laag per keer en niet allemaal in dezelfde week. Biologisch medium laat je jarenlang zitten; dat spoel je hooguit voorzichtig door.
Gaat je filter na een reiniging niet aan, dan zit er bijna altijd lucht in. Vul de bus helemaal met water voordat je hem inschakelt en kantel hem daarna een paar keer voorzichtig zodat de bellen uit de korven ontsnappen.
Veelgemaakte fouten
Het filter uitzetten omdat het 's nachts bromt. Een filter dat een paar uur stilstaat verliest zuurstof, en een deel van je bacterien sterft af. Los het geluid op met een rubber matje onder de bus of door de slangen anders te leggen, maar laat hem draaien.
Te vaak of te grondig schoonmaken. Een filter dat elke twee weken helemaal wordt uitgespoeld, komt nooit tot rust. Maak schoon als de doorstroming merkbaar terugloopt, en niet volgens de kalender.
Een nieuw filter in een nieuw aquarium en meteen vissen erin. Dat is de klassieke beginnersfout: het filter is er wel, maar de bacterien nog niet. Lees daarvoor onze uitleg over het opstarten van een aquarium.
De pompkop vergeten. In het pomphuis zit een rotor met een asje, en daar loopt na een jaar kalk en aanslag op. Haal die er bij een grote beurt uit en maak hem schoon; het scheelt geluid en opbrengst.
Kort samengevat
Onder de honderd liter volstaat een binnenfilter of een hangfilter. Daarboven kies je een buitenfilter, en dan liever een maat ruimer dan krap. Reken op vier tot zes keer de bakinhoud per uur, vul van grof naar fijn naar biologisch, en behandel het filtermateriaal als wat het is: een levende kolonie die je verzorgt in plaats van schoonmaakt.
Twijfel je over de maat of over een filter dat je al hebt staan, laat dan de inhoud van je bak en het aantal vissen weten. Dan rekenen wij het met je door.