Kleurvoer voor Koi: Hoe Spirulina en Astaxanthine Echt Werken

Vijvercentrum - Voeding & Voer
Geschreven en beoordeeld door Kees, vijver- en koispecialist van Vijvercentrum (bijgewerkt )
Kleurvoer voor Koi: Hoe Spirulina en Astaxanthine Echt Werken

Kleurvoer voor koi werkt, maar alleen als je weet hoe en wanneer je het inzet. Onze huisrichtlijn: begin met kleurvoer zodra de watertemperatuur stabiel boven de 18 graden staat, en geef het minimaal zes tot acht weken achter elkaar. De twee werkzame stoffen achter elk goed kleurvoer zijn spirulina en astaxanthine. Beide zijn carotenoiden: natuurlijke pigmenten die koi zelf niet kunnen aanmaken. Ze zijn volledig afhankelijk van hun voer om de rode, oranje en gele tinten in hun huid op te bouwen. Zonder carotenoiden verbleken die kleuren langzaam, ongeacht hoe mooi de genetische aanleg ook is.

Waarom koi carotenoiden nodig hebben

Koi in een vijver eten geen modderbodem vol micro-organismen en algen, zoals hun wilde verwanten dat doen. Die natuurlijke bron van carotenoiden ontbreekt dus. Dat betekent dat elke carotenoid die in de huid van je koi zit, afkomstig is uit het voer dat jij geeft.

Vaker vijveradvies van ons zien in Google?

Stel Vijvercentrum in als voorkeursbron. Google markeert onze artikelen dan in de zoekresultaten en in AI-antwoorden wanneer jij iets over vijvers of koi zoekt. Je kunt het altijd weer uitzetten.

Carotenoiden zijn hydrofoob en worden opgelost in galzoutmicellen voordat ze in de darmwand worden opgenomen. Dat verloopt aanzienlijk trager dan bij andere voedingsstoffen. Via het bloed gaan de pigmenten naar de chromatoforen: gespecialiseerde cellen in de huid die verantwoordelijk zijn voor kleur. Daar worden ze opgeslagen en geven ze diepte aan de rode en oranje vlekken. Dit proces verloopt langzaam. Reken op zes tot acht weken consistent voeren voordat je zichtbaar verschil ziet.

Spirulina: de basis van elk kleurvoer

Spirulina is een blauwgroene alg (officieel een cyanobacterie) die al decennia de ruggengraat vormt van koivoer gericht op kleurversterking. Bij Showa koi verbeterde toevoeging van 75 gram Spirulina platensis per kilo voer de chroma van de zwarte zone, de roodheid en chroma van de rode zone en de lichtheid van de witte zone. Dat is gemeten, geen aanname.

Naast kleurversterking levert spirulina ook 60 tot 70 procent eiwit per drooggewicht. Een drijvend koivoer waarin spirulina de hoofdrol speelt combineert die twee eigenschappen in een korrel. Dat is uitzonderlijk hoog voor een plantaardige bron en bevordert de groei van je koi, vooral bij jonge vissen. Bovendien bevat spirulina phycocyanine en allophycocyanine, blauwe pigmenten met een sterke antioxidatieve werking.

In onze ervaring zie je na zes tot acht weken voeren met spirulina-rijk voer duidelijk verschil in de intensiteit van het rood, zeker bij koi met een sterke genetische kleuraanleg.

Astaxanthine: voor diepere kleurintensiteit

Astaxanthine is een specifieke carotenoid die van nature voorkomt in microalgen, krill en garnalen. Het is dezelfde stof die zalm zijn roze kleur geeft. Bij sierkarper leverde drie weken voeren met 25 milligram astaxanthine per kilo voer al een meetbaar hogere roodwaarde op.

Meer is hier niet beter. Onderzoek bij gewone karper laat zien dat de omzetting naar andere carotenoiden afvlakt boven ongeveer 100 milligram astaxanthine per kilo voer. Dat is een verzadigingspunt: daarboven betaal je voor pigment dat de vis niet meer verwerkt. Een goed kleurvoer volgens de verpakking geven werkt beter dan overdoseren.

De combinatie van spirulina en astaxanthine werkt het best. Je hoeft daarvoor niet zelf te mengen: er is voer waarin beide pigmenten al gecombineerd zijn. Spirulina levert de brede basis aan carotenoiden, astaxanthine voegt diepte en intensiteit toe. Goede koivoermerken als Saki-Hikari Color en Aqua Master Color Enhancer combineren beide standaard.

Wat dan met chlorella?

Chlorella en spirulina worden vaak door elkaar gehaald. Chlorella is een groene zoetwateralg met goede voedingswaarde, maar er is geen wetenschappelijk bewijs dat het de kleuren van koi versterkt. Voor kleurversterking is spirulina de bewezen keuze. Kies gericht en bespaar je geld aan producten zonder aantoonbaar effect.

Bij welke watertemperatuur geef je kleurvoer?

Wij houden 18 graden aan als praktische ondergrens. Eerlijk gezegd is dat een praktijkkeuze en geen wetmatigheid: wij hebben geen enkele studie gevonden die een temperatuurdrempel voor kleurvoer meet. Het getal 15, 16 of 18 is nergens gemeten.

Wat wel bekend is: de afzetsnelheid van astaxanthine hangt aan de groeisnelheid van de vis, en die groeisnelheid hangt aan de temperatuur. De temperatuur werkt dus indirect, via hoeveel de vis eet en groeit, niet via het opnamerendement zelf. De FAO stelt dat karper pas actief eet boven 18 tot 20 graden en dat de voeropname onder 15 tot 16 graden steeds minder intensief wordt. In een voedertest bij 16, 20, 24 en 28 graden lagen de hoogste voeropnamesnelheden bij 24 graden, en waren groei en lengtegroei bij 16 graden duidelijk lager dan bij 20 en 24 graden.

Daaruit volgt onze keuze. Onder ongeveer 15 graden wordt kleurvoer grotendeels weggegooid: niet omdat de kleurstof dan niet werkt, maar omdat de vis te weinig eet om er iets van te merken. 15 en 16 graden zijn niet fout, maar leveren zo weinig op dat je de aankoop niet terugziet.

Ons advies: meet de watertemperatuur dagelijks, op de diepte waar je vissen hangen. Geef pas kleurvoer wanneer het water stabiel boven de 18 graden staat. Vanaf 15 graden mag je kleurvoer alvast mengen met je gewone voer om de overgang te maken, maar reken pas op zichtbaar resultaat vanaf 18 graden. Bij lagere temperaturen kies je voor licht verteerbaar basisvoer.

Voerschema per seizoen

Lente (maart tot mei), 10 tot 18 graden: Begin voorzichtig met licht verteerbaar basisvoer zodra het water drie dagen achter elkaar boven de 10 graden staat. Vanaf 15 graden mag je kleurvoer bijmengen om de overgang te maken. Reken in deze periode nog niet op zichtbaar resultaat.

Zomer (juni tot september), boven 18 graden: Dit is het seizoen voor kleurvoer. Geef het twee tot drie keer per week, afgewisseld met groeivoer. Voor volwassen koi boven 500 gram houden wij boven 20 graden 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht per dag aan, verdeeld over twee tot drie beurten. Voor jonge koi tot 250 gram is dat 2,5 tot 3 procent. Na zes tot acht weken merk je de eerste verandering in kleurdiepte.

Herfst (oktober tot november), 15 tot 18 graden: Bouw het kleurvoer geleidelijk af en schakel over op licht verteerbaar tarwekiemvoer. Stoppen in het najaar is geen probleem: de kleur die is ingebouwd, blijft.

Winter, onder 8 graden: Voer helemaal niet. Bij die temperatuur eet een koi nauwelijks nog, en wat er niet wordt opgegeten belast het water. Dat is de reden om te stoppen: voeren levert de vis dan niets meer op en belast je filter.

Dosering en afwisseling

Onze huisrichtlijn: het juiste percentage hangt van twee dingen af, de watertemperatuur en de grootte van je vissen. Boven 20 graden houden wij 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht per dag aan voor volwassen koi boven 500 gram en 2,5 tot 3 procent voor jonge koi tot 250 gram. Tussen 18 en 20 graden 1 tot 1,5 procent, tussen 15 en 18 graden ongeveer 1 procent. Verdeel dat over twee tot drie voerbeurten. Geef per beurt niet meer dan je koi in vijf minuten opeten. Wat er na tien minuten nog drijft, schep je eruit.

Kleurvoer hoef je niet dagelijks te geven. Twee tot drie keer per week is voldoende voor goed resultaat. Wissel af met groeivoer met 40 tot 45 procent eiwit, zodat je koi zowel in kleur als in omvang ontwikkelen. Daarvoor pak je eiwitrijk voer uit de 45-procentklasse. Alleen kleurvoer geven remt de groei.

Drie kleine porties worden beter opgenomen dan een grote portie per dag. Karper heeft geen maag: het voedsel gaat direct van de bek naar de darm, zonder tussenopslag. Een reeks kleinere porties past daarom beter bij zijn anatomie dan een enkele grote. Bij koi gaf vier keer daags voeren tot verzadiging de beste groei, al verschilden voederconversie en eiwitbenutting niet significant van drie keer daags.

Waterkwaliteit bepaalt het resultaat

Je kunt het beste kleurvoer van de markt geven, maar zonder goede waterkwaliteit haalt het weinig uit. De opname van carotenoiden hangt direct samen met de algehele conditie van je koi, en die conditie staat of valt met het water.

Houd deze waarden aan gedurende het kleurvoerseizoen:

  • pH: tussen 7,0 en 8,0. Buiten deze range neemt de stressrespons toe en daalt de voedselopname.
  • Zuurstof: minimaal 6 mg/L. Zuurstofgebrek remt het metabolisme. Zeker in warme zomers daalt het zuurstofgehalte snel, overweeg extra beluchting.
  • Ammoniak: onder 0,25 mg/L. Hogere waarden wijzen op overvoeding of onvoldoende biologische filtratie via je vijverfilter.
  • KH (carbonaathardheid): minimaal 5 dH. Dit houdt de pH stabiel en voorkomt gevaarlijke schommelingen.

Test je waterwaarden wekelijks gedurende het kleurvoerseizoen. Een eenvoudige druppeltest voor pH, ammoniak en KH geeft je in vijf minuten een compleet beeld en voorkomt dat slechte waterkwaliteit het effect van je kleurvoer tenietdoet. De bovengrens van je voerhoeveelheid is je filtercapaciteit, niet de eetlust van je vis: meet je ammonium of nitriet, dan voer je te veel, ongeacht wat de tabel zegt.

Veelgemaakte fouten

De meest voorkomende fout is kleurvoer geven bij te koud water. Onder de 18 graden eet een koi te weinig om er iets van terug te zien: je betaalt dan voor voer dat grotendeels in het filter belandt. Kleurvoer is bovendien doorgaans eiwitrijk, dus de temperatuurregel geldt dubbel. Houd 18 graden aan als ondergrens en meng vanaf 15 graden hooguit bij.

Een tweede veelgemaakte fout: dagelijks kleurvoer geven in de hoop op sneller resultaat. Dat werkt averechts. Afwisseling met groeivoer is nodig voor een evenwichtige ontwikkeling. Bovendien vlakt de opname van astaxanthine af boven ongeveer 100 milligram per kilo voer, terwijl de belasting op het water wel stijgt.

Let ook op de kwaliteit van het voer dat je kiest. Goedkoop kleurvoer vermeldt spirulina of astaxanthine op het etiket, maar in concentraties die te laag zijn voor zichtbaar effect. Kies voer van merken die concrete concentraties vermelden en controleer of het voer zowel spirulina als astaxanthine bevat.

Wanneer zie je resultaat?

Verwacht geen zichtbaar effect na een week. Reken op zes tot acht weken bij consistent voeren boven de 18 graden. De eerste verandering die je doorgaans opmerkt is een helderder wit (shiroji). Daarna wordt het rood geleidelijk dieper en intenser. Kleurvoer is geen wondermiddel voor wit: het versterkt rood en oranje, terwijl wit eerder helderder wordt door goede waterkwaliteit dan door voer.

Maak aan het begin van het seizoen een foto van je koi van bovenaf, bij daglicht. Herhaal dat na acht weken onder dezelfde lichtomstandigheden en vergelijk beide foto's naast elkaar. Dagelijkse observatie laat je kleine veranderingen missen die op foto's duidelijk zichtbaar zijn.

Een eerlijk punt: kleurvoer versterkt genetisch bepaalde kleuren, maar het creeert geen nieuwe. Een koi zonder rode aanleg wordt niet rood door kleurvoer. Genetica bepaalt de bovengrens. Wat kleurvoer wel doet, is het maximale uit de bestaande kleurpotentie halen. En dat verschil kan aanzienlijk zijn als je het goed aanpakt.

Bekijk ons volledige aanbod aan kleurvoer en groeivoer voor de beste opties per seizoen. Heb je vragen over welk voer het beste past bij jouw koi? Ons team helpt je graag verder.

Ken jij je vijver al?

Maak gratis je Vijverprofiel en ontvang €2,50 winkeltegoed + persoonlijk advies afgestemd op jouw vijver.

Maak je profiel